Biedermeier eetkamerstoel

Biedermeier eetkamerstoel

Zo tussen 1820 en 1840 werden de Biedermeier eetkamerstoelen ontworpen. Biedermeier is een koppeling tussen “Bieder”, hetgeen degelijk, burgerlijk betekent en de eigennaam Meier, dat weer oorspronkelijk afstamt van Maier. In dit artikel vertellen wij meer over de Biedermeier eetkamerstoelen.

De eetkamerstoel wordt gekenmerkt door verschillende vormen:

  • De stoelpoot is veelal rechthoekig in doorsnede en het heeft flauw gebogen vormen. Ook de achterstijlen van de poten zijn flauw gebogen.
  • De rugleuning van de stoel is van hout, rechthoekig en onbekleed, vaak met stijltjes gevuld. De kapregels zijn daarbij gebogen. In de rug van de stoel wordt soms een spitsboogmotief verwerkt, hetgeen wijst naar de Gotisch invloed.

De Biedermeier eetkamerstoel werd versierd met fineerwerk, ingelegde houten of koperen bies en houten applieken. De versiering zelf komt in diverse vormen terug. Zowel symetrisch, als met harp- en palmetvormen, maar ook met bloemmotieven of naturalistisch ornament. Er werd voor de stoel zowel noten-, kersen-, eiken-, essen- en mahoniehout gebruikt. Vaak werden deze houtsoorten roodbruin gekleurd. Voor de zitting van de Biedermeier eetkamerstoel werden fluweel en gebloemd katoenen stoffen en weefsel van paardehaar gebruikt. De vormgeving van de Biedermeier eetkamerstoel zie je tegenwoordig ook wel terug in hedendaagse ontwerpen, zoals de Pub Kudus, waarbij de stoffen zitting door de ontwerper is weggelaten, evenals de versiering.

Abstracte Richting eetkamerstoelen

De Abstracte Richting heeft een grotere betekenis gehad in de architectuur dan in de meubelkunst, het ontstond omstreeks 1916 en stond dicht bij de opvattingen van de abstracte schilderkunst. De kunstcriticus, theoreticus, schilder en architect Theo van Doesburg (pseudoniem voor Chr. Küpper), redacteur van het maandblad “De Stijl” heeft een belangrijk aandeel gehad in de ontwikkeling van deze Abstracte Richting. Het waren onder andere de architecten Oud, Rietveld en Wils die zijn opvattingen deelden en werkten in de richting die zich onder meer kenmerkte door het intensiever toepassen van de voor die tijd nieuwe materialen. Ook voor eetkamerstoelen waren staal en triplex bouwstoffen uitstekend geschikt. In die periode rond 1927 werden de stalen eetkamerstoelen van Mies van der Rohe, Mart Stamm en Marcel Breuer ontworpen. Menig eetkamerstoel is tegenwoordig geïnspireerd op deze stoelen en de ontwerpen van toen worden nog steeds gemaakt, maar dan van metaallegeringen, die ook weer verder zijn ontwikkeld. De eetkamerstoelen, zoals de Pure, de ribstoel en de Triton zijn voorbeelden van hedendaagse stoelen die hier hun oorsprong hebben gevonden. Een slede buizenframe uit één stuk met daarop een rugleuning en een zitting. Het is niet alleen in de staalkleur of chroomkleur, maar het frame zie je ook veel in het zwart. De stoelen hebben door dit frame een lichte vering als je er op gaat zitten, wat een comfortabel gevoel geeft.